Charlotte Bijl is senior juridisch beleidsadviseur bij het Kennisinstituut van Slachtofferhulp Nederland.
“Een vrouw had aangifte gedaan van een man die op een bankje in een speeltuin masturbeerde. Ze wilde voorkomen dat kinderen hiermee werden geconfronteerd en hulp voor de man in gang zetten. Daarna zag ze regelmatig een auto door haar straat rijden die ze ook bij dat bankje had gezien. Ze was heel overstuur toen ze hoorde dat haar adres in de aangifte stond. Uit angst voor de verdachte wilde ze eigenlijk het proces stopzetten. Wraak komt in de praktijk niet vaak voor, maar slachtoffers en getuigen zijn er wel bang voor.
Die angst is reëel. Ze zijn vaak al beschadigd door het misdrijf. Het is dan extra pijnlijk als in het strafproces hun persoonlijke gegevens en soms intieme details in alle openbaarheid worden gedeeld. Terwijl voor het strafproces niet veel gegevens van het slachtoffer nodig zijn. Vijf jaar geleden hebben we hier aandacht voor gevraagd met het Witboek Privacy van het slachtoffer; feit of fictie? en de campagne #HetWitteBalkje.
Het was een proces van lange adem, met een geweldig resultaat: sinds juli 2025 hebben we nieuwe wetgeving die de privacy van slachtoffers in het strafproces beter beschermt. Het vroeg veel afstemming met ketenpartners, en aanpassingen binnen onze organisatie om slachtoffers goed te kunnen informeren, adviseren en ondersteunen. Zo hebben we veel trainingen gegeven, vooral aan al onze collega’s in de dienstverlening. Onze juridische medewerkers hebben we extra getraind, want zij voegen veel informatie toe aan het dossier. Bijvoorbeeld aannemersoffertes en medische stukken als onderbouwing bij een verzoek tot schadevergoeding. Daar staan vaak persoonlijke gegevens in: die moeten ze natuurlijk onleesbaar maken. De invoering van de nieuwe wetgeving verloopt goed.
Het is heel mooi dat andere ketenpartners zich ook inzetten om de privacy van slachtoffers te waarborgen. We zijn er nog niet. De geboortedatum staat nu nog in het dossier en dat is niet altijd relevant. Ook zijn er slachtoffers die zelf een verzoek tot schadevergoeding indienen. Zij zijn kwetsbaar. Wij willen graag dat het Openbaar Ministerie op privacygevoelige gegevens controleert, vooral als er geen professionals betrokken zijn. Ook gaan we onderzoeken of we indirect herleidbare gegevens onleesbaar kunnen maken: uit een brief van de huisarts of een verklaring van een basisschool kun je vaak iemands woonplaats afleiden.”
Slachtofferhulp Nederland aanjager van de nieuwe wet.
Sinds 1 juli 2025 is er nieuwe wet- en regelgeving waardoor de privacy van slachtoffers beter wordt beschermd. Het begon vijf jaar geleden met een Witboek en een campagne waarin Slachtofferhulp Nederland aandacht vroeg voor de bescherming van de privacy van slachtoffers en nabestaanden. Er was veel aandacht voor in de media, bij ketenpartners zoals politie en OM en in de politiek. Dit leidde tot een voorstel om een nieuw onderdeel aan de wet toe te voegen om bepaalde persoonsgegevens van slachtoffers, zoals adres, Burgerservicenummer en telefoonnummer niet meer standaard in het strafdossier te vermelden. Dit is door een ruime meerderheid van de Tweede en Eerste Kamer aangenomen. Slachtofferhulp Nederland had een actieve rol bij de afstemming met ketenpartners en de totstandkoming van de nieuwe wetgeving.
Terug naar boven
Slachtofferhulp Nederland aanjager van de nieuwe wet.
Sinds 1 juli 2025 is er nieuwe wet- en regelgeving waardoor de privacy van slachtoffers beter wordt beschermd. Het begon vijf jaar geleden met een Witboek en een campagne waarin Slachtofferhulp Nederland aandacht vroeg voor de bescherming van de privacy van slachtoffers en nabestaanden. Er was veel aandacht voor in de media, bij ketenpartners zoals politie en OM en in de politiek. Dit leidde tot een voorstel om een nieuw onderdeel aan de wet toe te voegen om bepaalde persoonsgegevens van slachtoffers, zoals adres, Burgerservicenummer en telefoonnummer niet meer standaard in het strafdossier te vermelden. Dit is door een ruime meerderheid van de Tweede en Eerste Kamer aangenomen. Slachtofferhulp Nederland had een actieve rol bij de afstemming met ketenpartners en de totstandkoming van de nieuwe wetgeving.
Het was een proces van lange adem, met een geweldig resultaat: sinds juli 2025 hebben we nieuwe wetgeving die de privacy van slachtoffers in het strafproces beter beschermt. Het vroeg veel afstemming met ketenpartners, en aanpassingen binnen onze organisatie om slachtoffers goed te kunnen informeren, adviseren en ondersteunen. Zo hebben we veel trainingen gegeven, vooral aan al onze collega’s in de dienstverlening. Onze juridische medewerkers hebben we extra getraind, want zij voegen veel informatie toe aan het dossier. Bijvoorbeeld aannemersoffertes en medische stukken als onderbouwing bij een verzoek tot schadevergoeding. Daar staan vaak persoonlijke gegevens in: die moeten ze natuurlijk onleesbaar maken. De invoering van de nieuwe wetgeving verloopt goed.
Het is heel mooi dat andere ketenpartners zich ook inzetten om de privacy van slachtoffers te waarborgen. We zijn er nog niet. De geboortedatum staat nu nog in het dossier en dat is niet altijd relevant. Ook zijn er slachtoffers die zelf een verzoek tot schadevergoeding indienen. Zij zijn kwetsbaar. Wij willen graag dat het Openbaar Ministerie op privacygevoelige gegevens controleert, vooral als er geen professionals betrokken zijn. Ook gaan we onderzoeken of we indirect herleidbare gegevens onleesbaar kunnen maken: uit een brief van de huisarts of een verklaring van een basisschool kun je vaak iemands woonplaats afleiden.”
Die angst is reëel. Ze zijn vaak al beschadigd door het misdrijf. Het is dan extra pijnlijk als in het strafproces hun persoonlijke gegevens en soms intieme details in alle openbaarheid worden gedeeld. Terwijl voor het strafproces niet veel gegevens van het slachtoffer nodig zijn. Vijf jaar geleden hebben we hier aandacht voor gevraagd met het Witboek Privacy van het slachtoffer; feit of fictie? en de campagne #HetWitteBalkje.
“Een vrouw had aangifte gedaan van een man die op een bankje in een speeltuin masturbeerde. Ze wilde voorkomen dat kinderen hiermee werden geconfronteerd en hulp voor de man in gang zetten. Daarna zag ze regelmatig een auto door haar straat rijden die ze ook bij dat bankje had gezien. Ze was heel overstuur toen ze hoorde dat haar adres in de aangifte stond. Uit angst voor de verdachte wilde ze eigenlijk het proces stopzetten. Wraak komt in de praktijk niet vaak voor, maar slachtoffers en getuigen zijn er wel bang voor.
Charlotte Bijl is senior juridisch beleidsadviseur bij het Kennisinstituut van Slachtofferhulp Nederland.
Terug naar boven